21-03-2025

Passanten

 

Anne Berk over Hanna’s werk

De Zwarte Prinses (1999) ligt roerloos. Haar hoofd is ietsjes gekanteld, evenals haar langgerekte lichaam dat even van de grond komt, alsof het aanstalten maakt te gaan zweven. De enige beweging is het opwippende staartje dat haar sterke jonge nek accentueert. Armen en benen zijn afwezig. In plaats van voeten heeft ze een soort vissenstaart, maar anders dan de Kleine Zeemeermin uit het sprookje lijkt de Zwarte Prinses daar niet onder te lijden, De behoefte om te bewegen is haar vreemd, haar verlangens zijn gestold. Als een gisant rust ze in zichzelf, in haar eigen omhulsel van zwarte klei. De Zwarte Prinses is een raadselachtig monolitisch beeld, dat associaties oproept met een boegbeeld, een sarcofaag en Afrikaanse kunst waarin de boomstam nog prominent aanwezig is.Anne Berk, BODY TALK, De nieuwe figuratie in de Nederlandse beeldhouwkunst in de jaren negentig,2004.

“‘Zo heb ik haar gezien,’ vertelt Hanna Mobach. Tijdens één van haar vele reizen naar Noorwegen maakte ze een tocht door de Jotunheimen. Op 3000 meter hoogte lag er sneeuw, maar door de felle zon smolt de sneeuw op de hoogste punten weg. Het was zo stil dat je het water kon horen druppelen. Er ontstonden holletjes in de sneeuwvlakte. Stukken rots kwamen bloot te liggen en staken zwart af tegen de witte sneeuw. Ze spiegelden zich in het meer en vormden de contouren van een vrouw.
‘Telkens overkomt het me dat ik in een plooi van het landschap of de reflectie van het water mijn gevoelens weerspiegeld zie. Het zijn bezielde plekken, die aansluiten op wat er in mijn verbeelding al bestond.’
De tekening die Mobach van de verschijning in de Jotunheimen maakte kreeg een vervolg in een beeld.”

“Voor Mobach is de waarneming belangrijk, voedingsbodem en vertrekpunt voor de verbeelding. Ze heeft haar leven lang getekend, notities gemaakt van weidse landschappen in Groningen, Frankrijk en Noorwegen. In tekeningetjes die soms niet groter zijn dan een hand, zijn bomen aaneengesmeed tot plastische vormen met uitgesproken contouren, maken bergketens een omhelzend gebaar of manifesteren vluchtige schaduwen zich tot een ijle figuur.
‘Deze Icarusfiguur had ik in 1991 al waargenomen en getekend, maar in 1993 herkende ik zijn gestalte in de holtes van een kleigroeve in Brunssum. Toen kwam ik op het idee om ter plekke een afdruk van de aarde te maken.’
Mobach, die uit een oud pottenbakkersgeslacht stamt, was gefascineerd door de verweerde, gebarsten aarde, gegeseld door water, zon en wind als het gelaat van een oude vrouw. Ze maakte gipsafdrukken van deze sporen die op hun beurt dienden als mal voor een positieve vorm in klei . Zo veranderden de sporen van het landschap in de sporen van menselijk leven, in gestalten die aan omzwachtelde mummies of verdroogde veenlijken doen denken.[1]
De Icarus en andere beelden uit deze serie (o.a.Demeter en Verdwenen water) zijn in feite objets trouvés. Balancerend op de grens tussen vorm en vormeloosheid prikkelen ze de verbeelding . Mobach heeft deze figuren herkend in de plooien van de aarde en de fragmenten afgedrukt, afgebakend en verwerkt in een beeld. Ze lijken ontstaan zoals ook de natuur ontstaat, en niet ‘gemaakt’.”

“Het werken met objets trouvés kent echter ook zijn beperkingen. Je bent tenslotte afhankelijk van wat je vindt. Mobach besloot zichzelf meer vrijheid toe te staan en de beelden zelf te maken. De met goudluster geglazuurde Stronk (1999) werd van de grond af opgebouwd uit plukken klei, met een handgebaar dat de suggestie van samengebalde energie versterkt. Bedding (1998-99), de wederhelft van Stronk, herinnert aan de lichte sporen van een rug in het warme zand, aan de ontvankelijkheid van moeder aarde. Bij dit beeld vleide Mobach de klei over een bedding van zand die ze met haar handen in de holtes drukte.
Bedding en Stronk zien er ook ‘ natuurlijk’ uit, maar in de Voeten Zuid/Noord (2001, p. 11) wordt de figuratie explicieter. De voeten zijn breed en plat alsof ze groeien uit de aarde die ze betreden. De dunne benen vormen een hoek ten opzichte van de voeten waardoor de suggestie van beweging wordt opgeroepen. Het beeld van stromen vluchtelingen dringt zich op – vandaar de titel -, maar toch was Mobach hier in eerste instantie niet op uit. De oorsprong van dit beeld ligt in het wandelen, in het lopen in de natuur. ‘Vaak wordt de waarheid nog eerder ontdekt door de voet dan door het oog’, schrijft Meir Shalev en dat geldt ook voor Mobach.[2] ‘Ik ben me sterk bewust van mijn eigen lijf. Hoe mijn voeten contact maken met de aarde die zich onder mij welft als een lichaam. Soms lijkt het bijna onbeleefd om eroverheen te lopen’.”

Voeten Noord/Zuid, 2001-2002. Zwart bakkende klei met zwarte terra sigillata; 50 x 200 x 125 cm.

“Het oeuvre van Hanna Mobach is moeilijk te categoriseren.[3] Haar werk vertoont een cyclische ontwikkeling waarbij dezelfde thema’s in een andere gestalte opduiken. Figuratief en non-figuratief wisselen elkaar af, maar zijn steeds terug te voeren op de menselijke emotie en het gebaar dat daar uitdrukking aan geeft, zonder dat die emotie expliciet wordt gemaakt. ‘Waar het over gaat is moeilijk in woorden te vangen . Het gaat mij om de ziel van de dingen. Dat kan ik alleen zichtbaar maken in een beeld’.

Op de postacademische opleiding Ateliers ’63 kreeg ze les van Wessel Couzijn, Eddy Fernhout, Ger Lataster en Carel Visser.[4]
Vooral Couzijn (1912-1984) was van grote invloed: ‘Couzijn was een sterke persoonlijkheid. Hij daagde je uit om te laten zien wat je wilde. Hij verlangde dat je betrokken was bij je onderwerp, maar gaf je ook alle vrijheid om je ideeën te verbeelden, precies zoals hij zelf ook werkte’. Couzijn had in 1936 de Prix de Rome gewonnen, maar was stukgelopen op het herhalen van wéér een vrouwelijk naakt. Wat had dat voor zin? Hij vertrok naar Frankrijk en vluchtte tijdens de oorlog naar Spanje. Vandaar week hij uit naar de VS om aan de jodenvervolging te ontkomen. De oorlog maakte een onuitwisbare indruk op hem. Bij het vormgeven van zijn emoties kon hij niet uit de voeten met de klassieke figuratie zoals die door prof. Bronner (docent aan de Rijksakademie) werd voorgestaan. Couzijn ontdekte de expressiemogelijkheden van gebruiksvoorwerpen, die immers een geschiedenis met zich meedragen, en versmolt ze met was tot organische beelden. Zo hadden wij op de binnenplaats van de Ateliers een grote hoop schroot waar de prachtigste stukken voor het uitkiezen lagen, gebutste en vervormde stukken ijzer die ik met gips en vlas tot een geheel smeeode. Die schroothoop was de oorsprong van Schelp (1967). Ik haalde de motorkap van een 2CV uit de hoop, die openwelfde toen ik h omkeerde, en ik werd getroffen door de houding van overgave. Andere beelden die ik in die tijd maakte zijn de in lood(!) gegoter Ruimtevaarder, en Sneeuwwitje en haar prins.’”

Schelp is een ontvankelijk beeld, Cape zijn tegenpool.

‘Cape’, h. 220 cm. Tuin Utrechts Provinciehuis ‘Rijsweerd’. Toen dat gesloten werd, kreeg ‘Cape’, dankzij een buurtinitiatief, in 2015 een nieuwe plek in het Kromme Rijn Park in Utrecht.

“De geheimzinnige gesloten Cape uit 1973 ontstond tijdens een wandeling op de causse in Frankrijk. Mobach zag tussen de scha een donkere vorm oprijzen die ze niet kon thu isbrengen, met een holte waarin iets scheen te leven. Het bleek een herder te zijn die zich in zijn cape had verborgen tegen de regen. Mobach werkte haar visioen uit in klei, het materiaal waar Mobach mee was opgegroeid en waar ze nu naar teruggreep. Ze kneedde twee modellen die haar te letterlijk voorkwamen, kneep de natte klei in elkaar en opeens zag ze de spleet ontstaan die haar had gefascineerd. Deze ondefinieerbare gestalte voerde ze uit in het groot. Ze beschikte over de mogelijkheid om de meer dan levensgrote Cape te stoken bij het familiebedrijf, ‘Mobach pottenbakkers’ in Utrecht, en zo werd Hanna Mobach een van de eerste keramische beeldhouwers in ons land.

Keramiek in de breedste zin van het woord is een omhulling vade leegte. Daar speelt Mobach met Cape op in. Cape, en Rode jas (1999) zijn net als ons lichaam, een tijdelijk omhulsel dat wij uiteindelijk van onze schouders zullen werpen. Mobach is sterk doordrongen van de vluchtigheid van het bestaan. Het zweven (Ruimtevaarder), het vallen (Jcarus) en de nagelaten sporen (Verdwenen water, Demeter) zijn daar de uitdrukking van. Zij zijn de voorouders van Zwarte prinses.”

‘Het werk gaat over de paden en de wegen, de holtes en de aanhechtingen, de verbindingen en de scheuren, de rondingen en hun afdrukken, de slijtage door de t ijd, in het lijf en in het gesteente. De voeten gaan en worden zelf aarde, en het land welft zich als een lichaam’, aldus Hanna Mobach.

Uit: Anne Berk, ‘Body Talk2004 
____________________

[1] Naar aanleiding van deze beelden dichtte Rutger Kopland:
'Hemel en aarde, | en wij, | deze toevallige ikken, | die weten dat ze passanten zijn | en er maar eventjes bij horen | en niet'.
[2] Meir Shalev, De grote vrouw, Amsterdam 2000, p. 33.
[3] Er is een thematische verwantschap met het latere werk van Sigurdur Gudmundsson 1942) en David VandeKop 1937). Ook bij hen is er sprake van een synthese tussen mensguur en landschap. 
[4] In de periode na de oorlog heeft Wessel Couzijn (1912-1984) als eerste in Nederland een beeldhouwkunst geïntroduceerd die niet slechts fungeerde als weerspiegeling of Interpretatie van de zichtbare werkelijkheid, maar als uitdruking van de eigen psychische wereld. Met zijn zeer persoonlijke opvattingen en oorspronelijke beelden was hij baanbreend voor de moderne beeldhouwkunst in Nederland. Tent . cat. Honderd jaar bouwen en verzamelen, Haarlem/Otterlo (Kröller-Müller Museum) 1988, p. 242. 'Het zijn', zoals Couzijn zegt, 'geen leesbare beelden, maar beelden die je moet ondergaan. Ik houd niet van de deformatie van de menselijke figuur [ ... I Het resultaat is afgeleid van iets wat het zelf niet is. Dan heb ik liever een kunstwerk dat met dat lijf niets meer te maken heeft, maar wel met een menselijk gebeuren'. Paul Hefting, 'Wessel Couzijn, (1912- 1984)' in: Het grote gedicht. Nederlandse beeldhouwkunst 194511994, Den Haag (Grote Kerk) 1994.

EINDE



11-03-2025

Hanna in het E.K.W.C., Den Bosch, 1998/99

 

Hanna at work

[klik op de afbeeldingen om ze te vergroten]

"Hanna Mobach (1934) bracht eind 1998, begin 1999 een werkperiode door bij het EKWC (Europees Keramisch WerkCentrum). Wellicht ongebruikelijk voor iemand die al lang meeloopt in het 'vak'. Maar als voormalig lid van de toelatingscommissie en lid van het bestuur van het EKWC zocht ze niet eerder de gelegenheid. Werken in het EKWC was als een vakantie. 'Je bereidt het goed voor, zodat je onbezorgd weg kunt. Eenmaal in het EKWC kun je je helemaal toeleggen op je werk. Wel intensief, al snel maak je enorm lange dagen. Bovendien denkt iedereen bij het EKWC mee en wordt alles in het werk gesteld jouw ideeën te verwezenlijken'."
Matty Gaikhorst,  ‘Hanna Mobach: Van natuurbeeld tot autonoom beeld’

Hanna Mobach, ‘Ceramic Sculptures – Inhoudsopgave’


The mermaids empire; black terra sigillata; 110 x 1000 x 52 cm, 1998-99




Black princess. Black terra sigillata; 36 x 30 x 214 cm   1998-99



Black princess, detail




Shadows; Black terra sigillata; 52 x 110 x 50 cm   1998-99


A bunch of flowers ; Black terra sigillata, pocelain, 10 x 25 x 60 cm


Lovers rock; Black terra sigillata, 110 x 12 x 45 cm, 1998-99

Red coat; Red terracotta, 110 x 52 x 14 cm, 1998-99


Jazzy bamboo, red sprout; Stoneware and red terra sigillata; 150 cm. 1999


Dry earth; terra cotta and steel, 225 x 325 x 125 cm, 1993


Hanna Mobach, Ingebed, 1992 - potlood, 10,5 x 27 cm.


Ships; white earthenware, 128 x 190 cm , 1996


Cheerful mountain; stoneware., 38 x 10 x 50 cm, 19983





EINDE



27-02-2025

Dromend naar de wereld kijken (4)

 

Hanna in het Fridericianum in Kassel, 19 juli 2012

Keuze uit Hanna's archiefmappen: Jacob's droom 

Reliëf wand in de kerkzaal van verpleeghuis ‘De Wijngaard’ in Bosch en Duin, 2x3m.
Het vertelt het verhaal van Jacob’s droom, waarbij engelen opstijgen en neerdalen langs een ladder die tot de hemel reikt. Grote vleugels verbeelden dit.



Hanna Mobach, ‘Jacob's droom’, (Maarten als Jacob), 1979/80.
Steengoed met slibs, 300 x 200 cm.




Hanna Mobach, ‘Jacob's droom’, detail, 1979/80


Hanna Mobach, ‘Jacob's droom’, Engelenvleugel, 1979/80


Hanna Mobach, ‘Jacob's droom’, 1979.
Steengoed, nu nog klei.


Hanna Mobach, ‘Jacob's droom’, 1979.
Steengoed met gekleurde engobes onder een mat/transp. wit, 1320ºC 

Maarten Houtman bekijkt de restauratie van ‘Jacob's droom’, 2007.




Hanna Mobach, 'Jacob's droom'; Jan Verweij de aannemer, 1980

Hanna Mobach, Jacob's droom, top van de ladder; 1979/80
Bovengalerij kerkzaal 'De Wijngaard', Bosch en Duin.
Mat/transp. witte slib, toetsen geel en blauw glazuur, 1320ºC




Hanna Mobach, Jacob's droom, 1979/80
Detail bovenste reliëf


EINDE





26-02-2025

Langs bergen en op paden


Keuze uit Hanna's archiefmappen: Landschap

Het Groninger land met zijn terpen en dijken en de bolling van de horizon met een enkel accent van een huis of een boomgroep liet zich wel in klei vertalen, maar toch waren de mogelijkheden beperkt, want hoe kon je de ruimte vangen?

Met de latere serie Raku-beelden liet ik de weergave van deze onderwerpen los en richtte mij meer op de basisvorm als zodanig.
Meerdere open hoeken konden samengevoegd worden, hun binnenruimten waren variabel en ze konden gecombineerd worden met riet, stro of houtsnippers.”


Hanna Mobach, Vrolijke berg, 1983
Steengoed, 28 x 53 cm
Hanna Mobach, Het pad, 1985
Donker grijs geglazuurde keramiek, goudkleurige leisteen; H. 57cm, 20x62



Hanna Mobach, Haku 'hoeken', 1984
H. 11 cm., 13x13 cm. elk


Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
Raku en hout; H. 12 Br. 30 cm



Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
Raku en hout; H. 12 Br. 30 cm

Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm

Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm

Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm

Hanna Mobach, Houten penseelstreken of Berg, 1985
Keramiek met d. grijs glazuur, takken uit Noorwegen; H. 60 D. 65 Br. 80 cm



Hanna Mobach, De stroom, 1985
Keramiek en aluminium; 20 x 80 x 110 cm.



EINDE




25-02-2025

Dromend naar de wereld kijken (3)

 

Keuze uit Hanna's archiefmappen: Portret Susanne Smit

Eind 1965 ging ik naar Ateliers 63.
Het zou voor drie maanden zijn, het werden drie jaren, waarin mijn leven drastisch veranderde.
In de voorgaande jaren was ik wellicht vakbekwamer geworden. Maar ik wist niet hoe je kon laten zien wat je bezighield, al had ik veel getekend en ook geboetseerd.
Ik wilde een mentaliteit leren, begrijpen hoe je je langere tijd met een onderwerp bezig kon houden, hoe je het ontwikkelen kon en zijn gang laten gaan.”

Hanna Mobach, Portret Susanne Smit, Groningen, 1972
Goudkleurig brons,/ Joosten, Soest
[klik om te vergroten]




Hanna Mobach, Portret Susanne Smit, Groningen, 1972
[klik om te vergroten]



Hanna Mobach, Portret Susanne Smit, Groningen, 1972
[klik om te vergroten]



Hanna Mobach, Portret Susanne Smit, Groningen, 1972
[klik om te vergroten]



Hanna Mobach, Portret Susanne Smit, Groningen, 1972
[klik om te vergroten]


EINDE







24-02-2025

Dromend naar de wereld kijken (2)

 


Keuze uit Hanna's archiefmappen: Portretten

 

Portret Hanna Mobach in Groningen



“Vlak na de oorlog, ik was elf, was ik diep onder de indruk van een groot zelfportret van Rembrandt. Zo wilde ik het ook en zo zou ik het nooit kunnen.
Toch probeerde ik het, met een potlood en een dubbele spiegel, waarin je je profiel kon zien. Vader zei: "Gom hoef je niet te gebruiken, want er zijn geen foute lijnen."



Hanna-Mobach, Zelfportret, 1961
[klik voor vergroting]











 

“Van alle portretten (behalve zelfportret en portret vader) werden in de pottenbakkerij voor mij gipsmodellen gemaakt en afdrukken. Deze werden donkergrijs geglazuurd.”



Hanna-Mobach, Zelfportret, 1961
[klik voor vergroting]


Hanna Mobach, Portret vader, 1964
[klik voor vergroting]



Hanna Mobach, Portret van Maaike Smit (3 j.), Groningen, 1964 
[klik om te vergroten] 





Hanna-Mobach, Zittende-vrouw, 1964
[klik voor vergroting]




Hanna-Mobach, Lezend vrouwtje, 1965
[klik voor vergroting]







Ateliers 63


Herplaatsing an 'De engel', 1996
Tuin verpleeghuis ‘De Wijngaard’, Bosch en Duin

Eind 1965 ging ik naar Ateliers 63.

Het zou voor drie maanden zijn, het werden drie jaren, waarin mijn leven drastisch veranderde.

In de voorgaande jaren was ik wellicht vakbekwamer geworden. Maar ik wist niet hoe je kon laten zien wat je bezighield, al had ik veel getekend en ook geboetseerd.

Ik wilde een mentaliteit leren, begrijpen hoe je je langere tijd met een onderwerp bezig kon houden, hoe je het ontwikkelen kon en zijn gang laten gaan.

"Niet teveel je wil opleggen," zei Couzijn, en, toen ik werkte aan een groot beeld:"You have to sustain your emotion."


 

 

 




Hanna-Mobach, De engel, 1965
Gips, h 75cm, brons 1967


EINDE